Disselhorst Metaal in transitie naar ‘industrie 4.0’

Een voorbeeld van een investeringsprogramma waar Twente Board een rol in speelt, is het Advanced Manufacturing Program (AMP). Hierin worden bedrijven en kennisinstellingen bij elkaar gebracht om zo de transitie naar ‘industrie 4.0’ te versterken. Om dit te doen heeft het Fraunhofer Project Center, gevestigd op Universiteit Twente, samen met regionale partners en de overheid het AMP ontwikkeld. De bedoeling is dat het programma uitgroeit tot een ecosysteem voor de groei van ‘smart industry’ in Oost-Nederland. Het AMP wordt gefinancierd vanuit Regio Deal Twente.

Lees hieronder het hele artikel
 
global goal icon

In het kort

  • Twente Board speelt een rol in diverse investeringsprogramma’s, waaronder het Advanced Manufacturing Program (AMP). Hierin worden bedrijven en kennisinstellingen bij elkaar gebracht om de transitie naar Industrie 4.0 te versterken.
  • Disselhorst Metaal neemt deel aan het programma om hun processen te optimaliseren.
  • Het Frauenhofer Project Center is de drijvende kracht achter het programma en helpt Disselhorst Metaal met diverse simulatiemodellen.
Plaatwerk

Directeur Guido Slump van Disselhorst Metaal uit Raalte (87 werknemers) neemt met zijn bedrijf deel aan het programma. Disselhorst maakt al decennialang plaatwerk voor de machinebouw, carrosseriebouw, interieurbouw en landbouw. ‘Het blijft een groeiende sector’, vertelt Slump. ‘De grootste sprong kwam zo’n dertig jaar geleden met de komst van de lasersnijmachine, waarmee je nauwkeurig en snel kan werken. En wat je nu juist weer ziet, is dat de productie zich terug verplaatst naar Nederland. Plaatwerk is de relatief voordelige buitenkant van peperdure machines, zoals in de medische sector. Dat is kwetsbaar als je het op een pallet hebt liggen of over een lange afstand vervoert. Het plaatwerk wordt hier steeds meer onbemand, dus met lagere kosten, gemaakt en vormt de kritische buitenkant van een machine die zomaar een miljoen euro kan kosten.’

Optimaal plansysteem

Kortom: genoeg te doen in de productiehal in Raalte. Disselhorst investeerde de afgelopen jaren al flink in het optimaliseren van de orderplanning, maar er is op dat vlak nog veel te winnen. ‘Daarom doen we mee met het AMP’, zegt Slump. ‘Plaatwerk is een erg competitieve branche in Nederland. Je moet extreem zuinig kunnen zijn op je grondstoffen en tijd. Je moet de verliezen op dat vlak zo veel mogelijk reduceren. Een optimaal plansysteem is dan essentieel. We werken nu toe naar een zo kort mogelijke doorlooptijd van een order. Je wilt zo min mogelijk wachttijd in het productieproces. Er zijn wat knoppen waaraan we kunnen draaien om de kosten zo laag mogelijk en de performance zo hoog mogelijk te krijgen. Wij verwerken zo’n 80.000 orderregels per jaar, dat kan bij wijze van spreken over een paperclip gaan of over de complete zijkant van een auto. Al die orders willen we razendsnel en met een nauwkeurigheid van minimaal 95 procent verwerken. Dat is logistiek een gigantische uitdaging. Het Fraunhofer Project Center, drijvende kracht achter het programma, helpt ons met simulatiemodellen. Deze geven inzicht in de keuzes die je kan maken in het orderproces en in welke kostenbesparing in je productie dat vervolgens oplevert. Dat is extreem gespecialiseerd werk en dat kunnen we niet zelf.’

Mankracht

Een belangrijke voorwaarde om deel te nemen aan het AMP, is een investering vanuit het bedrijf zelf. Een aanpak die volgens Slump juist ook veel oplevert en die hij zijn hele leven toejuicht. Slump: ‘Disselhorst investeert zelf in natura. Dat betekent dat wij mankracht inbrengen om binnen dit programma iets te bereiken wat voor iedereen bruikbaar is. Voor het Fraunhofer Project Center zit er ook een verdienmodel achter en dat is logisch. We zitten met vier branchegenoten, concurrenten zo je wilt, in dit project. We gebruiken het model allemaal voor onze eigen groei, maar maken als ketenspelers ook de gehele keten samen efficiënter.’

Succesformule

Slump is een afgestudeerd TU Delftingenieur die zijn hele leven al in technisch commerciële directies heeft gezeten en sinds 2012 aan het roer staat bij Disselhorst. Hij leidde eerder al bedrijven met 500 man in dienst en gelooft heilig in de kracht van Nederland als toeleverend land. Het AMP sluit volgens hem naadloos aan op die succesformule.

 

Nederland heeft geen ‘Original equipment manufacturers’ zoals bijvoorbeeld Duitsland, met al die grote autofabrikanten of een Miele. Wij produceren niet op die schaal A-merken en hebben een toeleverende functie. Juist daarom moet je soms afstand kunnen nemen van je eigen business. Ik geloof erg in de filosofie van Michael Porter, een bedrijfseconoom van Harvard die al in de jaren tachtig in zijn beroemde boek ‘Competetive Strategy’ uitlegde hoe je als groep concurrenten in een bepaalde regio elkaar juist moet versterken. Je kan op microniveau elkaars concurrent zijn en in elkaars vaarwater zitten, maar onder aan de streep kom je er door samenwerking als regio sterker uit. Organiseer clusters en maak die clusters sterker. Dat is precies wat er met het AMP gebeurt en ook precies wat er in Oost-Nederland nodig is. Wij hebben geen dominerende speler zoals het zuiden dat heeft met ASML. Daar hoeft de politiek maar naar één adres toe en krijgen ze een boodschappenlijstje mee naar huis. In Overijssel werkt dat anders. Het landschap van bedrijven is meer divers en er zijn sterke clusters. In Twente en omstreken zit indrukwekkend veel specialistische kennis. Een geavanceerd plansysteem is dan maar één radartje in het geheel, maar wel een ontzettend belangrijke. We gaan nog veel bereiken met dit programma.

Datum: 13 januari 2021
Bron tekst: INN'twente
Auteur: Jochem Vreeman
Beeld / video: Lars Smoonk en Disselhorst Metaal