Duurzame elektriciteit en stoom uit bio-massa

In 2050 moet de Nederlandse energievoorziening volledig duurzaam zijn, mede als onderdeel van het overheidsbeleid gericht op NL Circulair. Deze duurzame doelen zijn door de provincie en Twentse gemeenten overgenomen in de regionale en lokale doelstellingen. Zo moet het percentage duurzame energie groeien tot 14 procent in 2020 en in 2023 zelfs tot 20 procent. 

Lees hieronder het hele artikel
 

In het kort

  • Met de nieuwe biomassa-energiecentrale is de energieopbrengst verdrievoudigd  
  • organisch afvalmateriaal voor de productie van bio-energie 
Duurzame energieverbruik

Energieproducent Twence in Hengelo wil in de komende jaren voor de aandeelhoudende Twentse gemeenten minimaal de helft realiseren, dus meer dan 7 procent van het totale duurzame energieverbruik. Dit wordt mede bereikt door de levering van warmte uit de nieuwe biomassa-energiecentrale. Deze ‘groene’ elektriciteit en ‘groene’ stoom kunnen onder meer worden gebruikt voor koeling, hygiënisatie, de verwarming van gebouwen, de procesindustrie of voor droogprocessen. Daarnaast zorgt Twence ook voor het verwaarden van mest, waarmee de Twentse energieproducent bijdraagt aan het structureel hergebruiken, terugwinnen en herwaarderen van zowel natuurlijke grondstoffen als dierlijke meststoffen.

Biomassa-energiecentrale

Sinds 2007 beschikt Twence over een biomassa-energiecentrale, waarin biomassa wordt omgezet in groene stroom, voldoende om een stad als Hengelo van elektriciteit te voorzien. Sinds 2011 levert de energieleverancier vanuit de traditionele afvalverbrandingsinstallaties stoom aan AkzoNobel in Hengelo voor de zoutproductie. Met de nieuwe biomassa-energiecentrale zijn daar groene stroom en groene stoom bijgekomen, gemaakt door het stoken van niet-herbruikbaar afvalhout. Daarmee wordt het duurzame rendement aanzienlijk verhoogd. Met uitkoppeling van warmte kan de biomassa-energiecentrale drie keer zoveel duurzame energie produceren uit dezelfde hoeveelheid biomassa: circa 450 gigawatt per uur, de hoeveelheid stroom en stoom die in één uur kan worden geproduceerd door een centrale met een capaciteit van één gigawatt.

Biomassa-energiecentrale

Warmte-uitkoppeling op de schaal die Twence voorstaat, is in Nederland uniek. Vanaf Twence loopt reeds een ondergrondse leiding naar het nabijgelegen industrieterrein Marssteden in Hengelo, waardoor warm water wordt getransporteerd. Dat water wordt gebruikt in de warmtekrachtcentrale aldaar. Een deel van de extra warmte wordt afgezet aan bestaande afnemers, zoals voor de stadsverwarming van de gemeente Enschede en aan zoutproducent AkzoNobel in Hengelo. Bierbrouwer Grolsch in Enschede en bandenfabriek Apollo Vredestein in Enschede worden aangesloten op de groene stoom. Zo kunnen ook deze producenten het aardgasverbruik sterk reduceren en een bijdrage leveren aan het verduurzamen van het eigen energieverbruik. Grolsch gebruikt de warmte voor het brouwen van bier, de pasteurisatieprocessen, de spoelmachines en het verwarmen van de gebouwen. Apollo Vredestein zet de stoom in voor de productie van autobanden. In totaliteit kan de vernieuwing een besparing opleveren tot wel 11 miljoen kubieke meter aardgas per jaar, vergelijkbaar met het gasverbruik van circa 7.500 huishoudens. Dan wordt elk jaar 20 kiloton CO2 minder uitgestoten. Een ander deel van de ‘nieuwe’ warmte zal Twence zelf gebruiken in de eigen processen, bijvoorbeeld voor het afvangen en aansluitend verhandelen van CO2. 

Efficiƫnte energiedrager

Voor de levering van warmte, stoom en elektriciteit zet de traditionele afvalenergiecentrale van Twence al jaar en dag de vrijkomende proceswarmte efficiënt om in energiedragers. Circa 54 procent van de energie die de klassieke afvalenergiecentrale produceert wordt gezien als duurzaam vanwege het gehalte aan biogeen materiaal dat nog altijd in het ‘grijze’ afval aanwezig is, ook al zou dat daar vanuit maatschappelijke overwegingen niet langer moeten in te zitten. Technologisch gezien behoren de Nederlandse centrales tot de meest vooruitstrevende in Europa. Gezamenlijk leveren deze afvalenergiecentrales zo’n 15 procent van de duurzame energieproductie in Nederland. In de nieuwe biomassa-energiecentrale wordt feitelijk hetzelfde gedaan als in de traditionele afvalenergiecentrale. In beide centrales zijn de ketelwanden voorzien van met water gevulde buizen, die de warmte van het vuur omzetten in stoom. In de biomassa-centrale wordt afvalhout als brandstof. Omdat dit geen materialen bevat die gemaakt zijn van fossiele brandstoffen, geldt deze elektriciteit als ‘groen’, ook al komt er in principe – afhankelijk van de ouderdom van het hout – wel enige CO2 vrij. Snoeihout is jong en draagt daardoor nog maar weinig CO2 in zich. Afvalhout is in de regel van oudere oorsprong en kan dus meer CO2 bevatten bij verbranding. Met de nieuwe biomassa-energiecentrale is de energieopbrengst verdrievoudigd uit vrijwel dezelfde hoeveelheid natuurlijke brandstof.

Het verwaarden van mest

Aangescherpte wetgeving over het verwerken van mest vraagt om alternatieve oplossingen. Mest bevat naast fosfaat ook stikstof en kalium als grondstoffen. Wereldwijd schaarse grondstoffen die onontbeerlijk zijn voor de groei van voedingsgewassen. Door het Nederlandse mestoverschot zitten er teveel fosfaten in de grond. Deze logen uit naar het grondwater, waardoor ongewenste groei van algen en plantensoorten wordt veroorzaakt. Sinds medio 2017 wordt in een grootschalige installatie van Twente in Hengelo tot 250.000 ton mest per jaar verwaard. Het is een geïntegreerde installatie voor het vergisten en scheiden van de meststoffen. Dit gesloten, stabiele systeem voorkomt de emissie van broeikasgassen en levert een constante kwaliteit van geproduceerde grondstoffen en biogas op. Met de mestverwaardingssinstallatie draagt Twence bij aan een duurzamer en rendabeler agrarische sector. Desgewenst kunnen de Twentse veehouders meer mest laten verwerken dan wettelijk verplicht is. Hiermee kunnen agrarische ondernemers voor zichzelf verhandelbare Vervangende Verwerkings Overeenkomsten (VVO’s) creëren. 

Bio-energie van organische oorsprong

Voor de productie van bio-energie kiest Twence doelbewust voor organisch afvalmateriaal. Er wordt dus geen gebruik van biomassa die speciaal voor dit doel kan worden verbouwd ten koste van landbouwgrond voor de voedselketen. GFT-afval bestaat onder meer uit schillen en resten van groenten, fruit en aardappelen, resten van gekookt eten, vlees- en visresten, notendoppen, eierschalen, plantaardige olie, gestold vet, onkruid, klein snoeiafval, gemaaid gras en bladeren. Het wordt apart ingezameld via de ‘groene’ afvalbak. Door vergisting wordt bio-energie gehaald uit dit organische materiaal, waarna de natuurlijke restanten worden gecomposteerd. Feitelijk wordt het dus twee maal achtereen gebruikt om het maximale eruit te halen. 

Datum: 18 juli 2018
Bron tekst: Twence
Auteur: Twente.com